Claudicatio intermittens/ etalage benen

Etalagebenen

Claudicatio intermittens wordt ook wel ‘etalagebenen’ of ‘perifeer arterieel vaaktlijden (PAV)’ genoemd. Bij claudicatio intermittens is er een vernauwing in de slagaders van uw benen. Deze vernauwingen zijn het gevolg van slagaderverkalking (artherosclerose). Door deze vernauwingen is de toevoer met (zuurstof-rijk) bloed naar uw benen verminderd. Hierdoor kan er minder zuurstof getransporteerd worden naar de spieren in uw benen. Waarom heeft men bij claudicatio klachten bij het wandelen, rennen of trappen lopen? Dat komt omdat als u gaat wandelen, rennen en trappen lopen, er meer zuurstof nodig is om uw beenspieren te laten werken.

Etalagebenen

De pijn of de krampen komen door een zuurstoftekort. Daarom houden deze klachten op als u een poosje stilstaat: in rust hebben spieren minder zuurstof nodig. Mensen met claudicatio intermittens kijken vaak op straat in winkeletalages om onopvallend even te kunnen rusten – vandaar de naam ‘etalagebenen’

De pijn die optreedt tijdens het lopen kan uw dagelijks leven behoorlijk verstoren, zowel thuis, op uw werk, als in uw sociale contacten. Bovendien vermindert uw conditie als u door de klachten te weinig beweegt. Als de aandoening langer bestaat kunt u ook last krijgen van koude voeten, het ontbreken van een onderhuidse vetlaag of verdikte teennagels.

De behandeling van etalagebenen

De behandeling is erop gericht om problemen door de klachten te beperken en de risicofactoren voor aderverkalking te verminderen. Sommige patiënten hebben genoeg aan het wandeladvies. Er is echter ook een groep patiënten die intensievere begeleiding door een fysiotherapeut nodig heeft. Soms is zelfs een ingreep in het ziekenhuis (dotter of bypass) nodig om de vernauwing van het bloedvat op te heffen. Ook na zo’n operatie kan een fysiotherapeutisch onderzoek gewenst zijn. Dan wordt vooral uw manier van lopen bekeken waarna mogelijk een fysiotherapeutische behandeling volgt.

Medicatie

Er kunnen medicijnen worden gebruikt om de risicofactoren voor hart- en vaatziekten, zoals hoge bloeddruk, hoog cholesterol en suikerziekte, te beïnvloeden. De medicijnen die momenteel beschikbaar zijn bij etalagebenen zijn geen vervanging voor looptraining, stoppen met roken of een chirurgische ingreep.

Wat kunt u zelf doen?

De klachten zijn vervelend, maar hoeven geen ernstige gevolgen te hebben. Het is vooral belangrijk om tijdig actie te ondernemen. Een belangrijk deel van de behandeling heeft u in eigen hand. Stoppen met roken, de juiste hoeveelheid beweging en eventueel afvallen zijn de belangrijkste aandachtspunten. Verder is een goede voetverzorging belangrijk om te voorkomen dat de slechte bloedtoevoer leidt tot slecht genezende wondjes of zweren, met name als u suikerziekte heeft. Probeer daarom wondjes, bijvoorbeeld bij het knippen van de nagels, te voorkomen.

Begeleiding door een fysiotherapeut

Het is wetenschappelijk aangetoond dat een specifieke vorm van looptraining helpt bij etalagebenen. Deze looptraining wordt gegeven door een fysiotherapeut. Bij de start van deze training wordt de loopafstand heel goed gedoseerd en daarna geleidelijk uitgebreid.

Er vindt een uitgebreide intake plaats, waarbij je huidige pijnvrije wandelafstand en je maximale wandelafstand worden gemeten. De trainingen duren een half uur tot een uur en vinden 2 tot 3 maal per week in de oefenzaal plaats. Er wordt gebruik gemaakt van een loopband met een instelbare hellingshoek en een fietsergometer. Er zijn ook moderne krachtapparaten aanwezig voor als de spierkracht ook getraind moet worden.

Heeft u problemen met specifieke vaardigheden zoals traplopen? Deze kunt u dan gericht trainen onder begeleiding van een fysiotherapeut.
Het geven van de juiste informatie en goede voorlichting is een essentieel onderdeel van de fysiotherapeutische behandeling van etalagebenen. Om blijvend resultaat te boeken, is immers vaak een verandering van uw gedrag nodig.

Verwijzen en vergoeden

Voor deze training heeft u een verwijsbrief nodig van uw huisarts of specialist. Het is echter ook mogelijk om eerst een intake en een looptest te houden om te kijken of hiermee de klachten worden geprovoceerd.

Mocht dit het geval zijn dan kan de huisarts geraadpleegd worden voor het stellen van de diagnose